Voor het verlengen van de Noord/Zuidlijn van Amsterdam naar Schiphol en Hoofddorp is definitief voor een bovengrondse metro gekozen. Vanaf 2039 wordt structureel € 200 miljoen gereserveerd voor dit project, wat nu nog de titel OVAH (ov Amsterdam Haarlemmermeer) heeft. Dat staat in de brief van de minister van I&W aan de Tweede Kamer over de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg MIRT. Formeel betreft het een tussenstap in de MIRT-verkenning, maar politiek markeert deze brief het begin van een beslissende fase. “2026 is een cruciaal jaar voor deze projecten en dus voor de bereikbaarheid van heel Nederland.” Aldus Gerard Slegers, lid dagelijks bestuur van de Vervoerregio. Daarnaast spreken het Rijk, de provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam en de gemeente Amsterdam uit dat het afbouwen van Zuidasdok (Station Zuid en snelweg A10) van (inter)nationaal en regionaal belang is. Beide projecten vormen samen de ruggengraat van het mobiliteitssysteem rond Amsterdam Zuid en Schiphol. Ze zijn nodig om Nederland bereikbaar te houden, zowel internationaal als nationaal. Het is bijvoorbeeld een randvoorwaarde voor de Lelylijn. De minister schrijft echter ook dat het aan een volgend kabinet is om keuzes te maken over investeringen in infrastructuur. Veel hangt dus af van de keuzes die de politiek komende twee weken maakt.
De verlenging van de Noord/Zuidlijn en het afbouwen van Zuidasdok hangen sterk samen. Zonder Zuidasdok kan station Amsterdam Zuid de toekomstige reizigersgroei niet veilig verwerken en blijft uitbreiding van het internationale treinverkeer beperkt. Zonder de Noord/Zuidlijn blijft de druk op de Schipholtunnel toenemen en ontbreekt de noodzakelijke ruimte op het spoor. Stagnatie bij één van beide projecten ondermijnt de werking van het geheel. De gevolgen zijn tot en met Noord-Nederland voelbaar. De projecten raken direct aan de internationale bereikbaarheid en het economisch vestigingsklimaat van Nederland. Onlangs is onder de naam Noord/Zuidlijn-coalitie een petitie gestart door een brede groep bedrijven, met de oproep aan het kabinet om de Noord/Zuidlijn door te trekken.
Het MIRT is het landelijke overleg waarin het Rijk en regio’s samen bepalen welke grote wegen-, spoor- en OV-projecten worden gebouwd, wanneer dat gebeurt en wie ze betaalt. Opvallend is dat de doortrekking van de Noord/Zuidlijn en het afronden van Zuidasdok breed worden ondersteund in de verkiezingsprogramma’s van vrijwel alle grote politieke partijen. Die politieke consensus staat nu tegenover de realiteit van een lopende formatie en beperkte budgettaire ruimte. De verlenging van de Noord/Zuidlijn kan alleen worden voortgezet als het nieuwe kabinet het door het Rijk ontstane financieringstekort van ongeveer 1,8 miljard euro herstelt. Zonder dat herstel kan de MIRT-verkenning niet worden afgerond en komt een voorkeursbesluit eind 2026 onder druk te staan. De regio heeft herhaald dat verdere vertraging onvermijdelijk zal leiden tot uitstel van woningbouw en tot extra druk op het al overbelaste spoor rond Schiphol. Ook voor Zuidasdok geldt dat aanvullende financiële besluiten noodzakelijk zijn om het volledige project te kunnen realiseren. Uiterlijk eind 2026 moet duidelijkheid ontstaan over de financiering van de resterende onderdelen van Zuidasdok en moet er een definitief voorkeursbesluit worden genomen over de Noord/Zuidlijn. Daarna moet de schop in de grond. De komende weken en maanden gaan uitwijzen of de politieke steun voor deze cruciale projecten wordt omgezet in concrete keuzes.