De Vervoerregio Amsterdam gaat bijdragen aan een investering van de gemeente Amsterdam in een nieuwe fietsbrug naast de Amsterdamsebrug. Met deze extra verbinding wordt de groei van het fietsverkeer tussen Amsterdam Oost, Zeeburgereiland en IJburg veilig en toekomstbestendig opgevangen.
Afbeelding: gemeente Amsterdam
Groei vraagt om veilige ruimte
De komende jaren groeit het aantal bewoners en reizigers in dit deel van de stad sterk. Op Zeeburgereiland en IJburg komen er tienduizenden woningen en voorzieningen bij. Daarmee neemt ook het aantal fietsers op de verbinding richting de stad flink toe. Met de aanleg van een aparte fietsbrug ontstaat meer ruimte voor fietsers en voetgangers en wordt het veiliger en comfortabeler.
Onderdeel van regionaal mobiliteitsnetwerk
De nieuwe fietsbrug maakt onderdeel uit van een bredere aanpak om de bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg te verbeteren. De Vervoerregio werkt samen met de gemeente Amsterdam en partners aan een samenhangend pakket van maatregelen, waaronder verbeteringen aan de IJburglaan en uitbreiding van de IJtram. Daarmee wordt de oostflank van Amsterdam beter verbonden met de rest van de regio en ontstaat een robuust mobiliteitsnetwerk.
“Deze fietsbrug is een belangrijke investering in de regionale bereikbaarheid,” zegt Marja Ruigrok, vicevoorzitter van de Vervoerregio Amsterdam. “We verwachten dat het aantal fietsers hier de komende jaren sterk groeit. Door nu te investeren in extra capaciteit en veilige infrastructuur zorgen we ervoor dat mensen ook in de toekomst prettig en veilig kunnen blijven fietsen tussen IJburg, Zeeburgereiland en de rest van de regio.”
Ruimte voor duurzame mobiliteit
De Vervoerregio zet in op veilige, duurzame en toegankelijke mobiliteit. De fiets speelt daarin een belangrijke rol, zeker op drukke corridors zoals deze. Door voetgangers, fietsers en openbaar vervoer meer ruimte te geven en verkeersstromen beter te scheiden, verbeteren de veiligheid, doorstroming en leefbaarheid in de omgeving.
Planning en uitvoering
De fietsbrug wordt de komende jaren verder uitgewerkt en naar verwachting rond 2032 gerealiseerd. De Vervoerregio draagt financieel bij aan de aanleg van de brug als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.