Tekst (smal)

448 miljoen voor ov in 2026 en 2027

De Tweede Kamer stemde gisteren voor het OV-amendement van Kamerlid Grinwis. Dat betekent dat er de komende twee jaar 448 miljoen beschikbaar komt voor het openbaar vervoer in Nederland, waarmee een eerdere bezuiniging deels wordt teruggedraaid. De vervoerregio’s en provincies zijn positief, maar benadrukken dat er nog veel nodig is om de bereikbaarheid en betaalbaarheid van het openbaar vervoer op peil te houden.

Reizigers bij bus op Amsterdam Zuid
De provincies en vervoerregio’s zien dit als een belangrijke erkenning van de waarde van het openbaar vervoer voor Nederland. “Het is essentieel dat er voldoende structurele en gedegen financiering van het openbaar vervoer in Nederland. Dit amendement laat zien dat de Kamer het belang inziet van goed en betaalbaar openbaar vervoer. Het ov is essentieel voor de leefbaarheid van steden en dorpen, de toekomst van onze economie en onmisbaar voor de ontsluiting van werk en nieuwe woningbouwlocaties”, benadrukken de partijen (MRDH, Vervoerregio Amsterdam en IPO).

Tegelijkertijd is er nog veel werk te verzetten. Het gaat hier slechts om een tijdelijke reparatie van eerdere bezuinigingen. Bovendien wordt er slechts een deel van de problemen in het regionaal ov aangepakt. Vanaf 2027 staat de volgende bezuiniging alweer in de boeken. De Brede Doeluitkering, waarmee het openbaar vervoer in de Vervoerregio’s wordt gefinancierd, wordt dan fors gekort. Vanaf 2028 loopt ook de financiering voor ov in de provincies weer terug. Het blijft dan ook belangrijk dat er een structurele oplossing komt voor de financieringsproblemen in het openbaar vervoer.

Verschraling voorkomen

De komende jaren neemt de druk op mobiliteit in Nederland toe. Onder meer door de groei en vergrijzing van de bevolking en de woningbouwopgave. Het is belangrijk dat er vanuit het Rijk een duidelijke langetermijnvisie en structurele financiering worden vastgesteld.