Je ziet ze steeds vaker op de weg: brommobielen. Vooral in en rond Amsterdam groeit het aantal snel. Maar waar mogen ze eigenlijk rijden? En waarom is er zoveel onduidelijkheid over de regels? Om de verkeersveiligheid te verbeteren, stelde de Vervoerregio Amsterdam samen met gemeenten, de provincie, de politie en het ministerie een actieplan op. Wij nemen je mee in dit complexe onderwerp en gaan in gesprek met Hélène de Bruine, beleidsadviseur mobiliteitsgedrag bij de Vervoerregio Amsterdam.
Proberen om problemen voor te zijn
De Vervoerregio kreeg steeds meer signalen van gemeenten dat het aantal brommobielen groeit en dat er vaker onveilige situaties ontstaan. Hélène vertelt: "We willen niet wachten tot de problemen groot zijn, maar juist nu onderzoeken wat er gebeurt en op tijd maatregelen nemen."
Om daar meer inzicht in te krijgen, liet de Vervoerregio onderzoek doen onder bestuurders van brommobielen. Hoe gebruiken zij hun voertuig? Begrijpen zij de verkeersregels? En waar lopen zij tegenaan? "Uit het onderzoek bleek dat veel bestuurders de regels ingewikkeld vinden. Ze weten niet altijd waar ze wel en niet mogen rijden. Dat beeld herkenden we al vanuit de praktijk, maar het onderzoek bevestigde dat."
Een voertuig dat voor verwarring zorgt
Volgens Hélène zit het grootste probleem in de bijzondere positie van de brommobiel. "Een brommobiel valt juridisch onder de categorie bromfiets, maar moet zich in het verkeer grotendeels gedragen als een auto. Ingewikkelder kun je het bijna niet maken."
Ook andere weggebruikers raken daardoor regelmatig in de war. Vooral het verschil tussen een brommobiel en een gehandicaptenvoertuig, zoals een Canta, is niet altijd duidelijk.
"Ze lijken ontzettend op elkaar, maar de regels zijn heel anders. Een gehandicaptenvoertuig mag op veel fietspaden en soms zelfs op de stoep rijden. Een brommobiel mag dat juist niet. Die hoort op de rijbaan, maar mag weer niet op een autosnelweg of autoweg rijden."
Plaatje van waar ieder voertuig hoort te rijden
Dat zorgt soms voor lastige situaties. Op sommige provinciale wegen rijdt een brommobiel maximaal 45 kilometer per uur tussen auto's die 60 of 80 kilometer per uur mogen rijden.
"Ik kan me heel goed voorstellen dat bestuurders zich dan onveilig voelen. Sommigen kiezen daarom voor het fietspad, terwijl dat juist niet is toegestaan. Zo ontstaat er weer een onveilige situatie voor fietsers."
Duidelijke regels zorgen voor veiliger gedrag
Volgens Hélène begint verkeersveiligheid bij duidelijke regels. "Als mensen niet precies weten wat wel en niet mag, kun je ook niet verwachten dat iedereen zich aan de regels houdt. Daarom willen we de kennis over brommobielen verbeteren."
Dat geldt niet alleen voor bestuurders, maar ook voor andere weggebruikers. "Veel mensen kennen de regels simpelweg niet. Vraag maar eens aan iemand met een autorijbewijs waar een brommobiel mag rijden. De meesten weten dat niet precies."
Wat staat er in het actieplan?
Het actieplan bestaat uit verschillende maatregelen die samen moeten zorgen voor een veiligere verkeerssituatie. De Vervoerregio gaat samen met gemeenten kijken of verkeersborden op logische plekken staan. Ook wordt onderzocht waar bestuurders vaak in de problemen komen.
"We zien bijvoorbeeld situaties waarbij iemand pas op de oprit van een autoweg ontdekt dat een brommobiel daar niet mag rijden. Op dat moment kun je vaak niet meer veilig terug. Dat willen we voorkomen."
Daarnaast wordt gewerkt aan betere communicatie over de verkeersregels. Ook vraagt de Vervoerregio het ministerie om naar de landelijke regelgeving te kijken. "We hebben gevraagd of het voertuig duidelijker als een kleine auto kan worden gezien. Denk aan strengere rijbewijseisen, een herkenbaarder uiterlijk en misschien zelfs een andere naam. Bij 'brommobiel' denken veel mensen aan een bromfiets, terwijl je je juist grotendeels als een auto moet gedragen."
Samen aan de slag
Niet alle maatregelen kan de Vervoerregio zelf uitvoeren. Daarom wordt nauw samengewerkt met andere partijen. Gemeenten en de provincie kijken naar de inrichting van de weg en de bebording. Met de politie wordt onderzocht hoe handhaving zo effectief mogelijk kan worden ingezet. Ook is een brief met aanbevelingen naar het ministerie gestuurd.
Volgens Hélène is het belangrijk om juist nu in actie te komen. "Het aantal brommobielen is nog relatief klein, maar groeit wel. Juist daarom is dit het moment om verbeteringen door te voeren. Als de regels duidelijker zijn, de infrastructuur beter aansluit en bestuurders beter weten wat wel en niet mag, maken we het verkeer voor iedereen veiliger."